Verdiepende RIE: tekenrisico’s bij werkzaamheden in agrarisch en groen
Dinsdag 24 maart 2026
Bij werkzaamheden in bos, natuur en groenvoorziening kunnen medewerkers in aanraking komen met teken. Deze kleine spinachtigen bevinden zich vooral in vochtige omgevingen in de kruid- en struiklaag tot ongeveer 1,5 meter hoogte. Ongeveer 20% van de teken is besmet met de Borrelia-bacterie, die bij een beet kan worden overgedragen op mensen. Deze bacterie kan de Lymeziekte veroorzaken. De gevolgen voor de gezondheid kunnen variëren van mild tot ernstig.
In uitzonderlijke gevallen kan een teek ook andere ziekten overbrengen, zoals Tekenencefalitis (TBE). In dit artikel richten we ons vooral op het voorkomen van tekenbeten en het risico op de ziekte van Lyme.
Verplichtingen voor werkgevers
Werkgevers in de agrarische en groene sector zijn volgens de Arbowet verplicht om risico’s in het werk in kaart te brengen en passende maatregelen te nemen. De afspraken over werken in een omgeving met teken zijn uitgewerkt in de Stigas-arbocatalogus.
-> Kijk voor meer informatie in de arbocatalogus van jouw sector.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
- Maak een gerichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) waarin risicogebieden en risicowerkzaamheden met betrekking tot teken zijn opgenomen.
- Stel een plan van aanpak op met maatregelen om blootstelling te beperken.
- Geef jaarlijks voorlichting aan medewerkers aan het begin van het tekenseizoen en bij indiensttreding van nieuwe werknemers.
- Zorg voor registratie van tekenbeten en eventuele gevallen van Lymeziekte op bedrijfsniveau.
- Verstrek persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals huidbedekkende kleding en tekenverwijderaars.
In de praktijk blijkt dat niet alle organisaties deze risico’s voldoende in kaart brengen en dat medewerkers niet altijd goed op de hoogte zijn van preventieve maatregelen. Juist daarom is een verdiepende RIE belangrijk.
Risicogebieden: waar komen teken voor?
Bij het inventariseren van risico’s is het belangrijk te kijken naar plekken waar teken zich kunnen handhaven. Dit hangt samen met hun vier levensbehoeften:
1. Voedsel – aanwezigheid van dieren
Teken voeden zich met bloed van gewervelde dieren zoals muizen, vogels, vossen en reeën. Gebieden waar deze dieren veel voorkomen, kunnen daardoor een hogere tekenpopulatie hebben.
2. Water – hoge luchtvochtigheid
Teken drogen snel uit en hebben een luchtvochtigheid van ongeveer 80% nodig. Vochtige bosranden en beschutte vegetatie zijn daarom risicogebieden.
3. Beschutting – strooisellaag en schaduw
Dikke lagen bladeren, hoog gras en struiken bieden bescherming tegen uitdroging.
4. Partners – aanwezigheid van mannetjes en vrouwtjes
Voor voortplanting moeten beide aanwezig zijn. Grote zoogdieren zoals herten spelen hierbij een belangrijke rol.
Bij het bepalen van risicogebieden kan ook gebruik worden gemaakt van informatie uit bijvoorbeeld Tekenradar, waar meldingen van tekenactiviteit en tekenbeten worden verzameld.
Risicowerkzaamheden
Naast de locatie speelt ook het type werk een belangrijke rol. Voorbeelden van werkzaamheden met een verhoogd risico zijn:
- maaien, snoeien of werken in hoog gras of dichte begroeiing;
- werkzaamheden onder of tussen struiken;
- onderhoudswerk in bosranden en natuurterreinen;
- veldwerk waarbij medewerkers langdurig in de vegetatie staan of lopen;
- werkzaamheden waarbij dode dieren worden verplaatst.
Vooral dat laatste kan een groot risico vormen. Wanneer een dier sterft en het lichaam afkoelt, laten aanwezige teken los en gaan ze op zoek naar een nieuwe gastheer. Een boswachter die bijvoorbeeld een ree in de nek draagt, loopt daardoor een zeer grote kans op meerdere tekenbeten.
Maatregelen op basis van de RIE
Aan de hand van de inventarisatie kan een werkgever bepalen welke maatregelen nodig zijn. Voor alle medewerkers geldt minimaal:
- gesloten en huidbedekkende kleding;
- broekspijpen in de sokken;
- systematische controle op teken na het werk;
- beschikbaarheid van tekenverwijderaars;
- voorlichting over risico’s en registratie van tekenbeten.
Bij werkzaamheden met een verhoogd risico kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals:
- geïmpregneerde of tekenwerende werkkleding genormeerd volgens de NEN-EN 17487 norm;
- insectenwerende middelen voor onbedekte huid;
- aanpassing van werkmethoden of werkroutes, bijvoorbeeld door dichte begroeiing te vermijden of gericht te maaien.
Ook is het belangrijk dat medewerkers tekenbeten registreren (bijvoorbeeld datum en foto van de beet) en eventuele klachten melden bij de werkgever. Deze registratie helpt om patronen te herkennen en het bedrijfsbeleid zo nodig aan te passen.
Voorlichting en bewustwording
Voorlichting is een essentieel onderdeel van preventie. Werkgevers worden geadviseerd om jaarlijks bij de start van het tekenseizoen aandacht te besteden aan:
- herkenning van teken en risicoplekken;
- het dragen van de juiste werkkleding;
- het controleren van lichaam en kleding;
- het correct verwijderen en registreren van teken.
Door risico’s goed in kaart te brengen en medewerkers bewust te maken van preventieve maatregelen, kunnen organisaties in agrarisch en groen het risico op tekenbeten en de ziekte van Lyme aanzienlijk verkleinen.
Vragen?
Werk je in de agrarische en groene sector en heb je vragen, neem contact op met Stigas en vraag naar je preventieadviseur. Mail naar info@stigas.nl of bel 085 – 044 07 00, optie 1
